|
In de buurt
Musea in een straal van circa 4 km:
|
Bonnefantenmuseum
Bonnefantenmuseum
Avenue Ceramique 250
6221 KX
Maastricht
(Limburg)
T 043 3290190
Moderne kunst | Oude kunst
Actuele Agenda Bonnefantenmuseum
The invisible colour
zo 20 jun 2010
t/m zo 3 okt 2010
- expositie
Bonnefantenmuseum, Maastricht
Een presentatie uit de eigen collectie met Pawel Althamer, Francis Alÿs, Jowan van...
[+]
Barneveld, Michael Krebber, Joëlle Tuerlinckx en Luc Tuymans; samengesteld door Kristina Dittelova
Soms blijkt de titel van een kunstwerk meer te betekenen dan op het eerste gezicht het geval leek. Een titel kan irrationeel lijken, vanwege een onlogische context of gewoon puur als beschrijving van het werk. Toch kunnen titels meer over de bedoelingen van de kunstenaar onthullen dan je zou verwachten. Titels kunnen zelfs tot verontwaardigde reacties leiden, zoals het geval was bij Nu descendant un escalier n° 2 [naakt, de trap afdalend n° 2] uit 1912, misschien wel het beroemdste werk van Marcel Duchamp. Dit werk werd verrassend genoeg afgewezen door de Salon des Indépendants, die juist was opgericht om nieuwe en revolutionaire ontwikkelingen in de schilderkunst tentoon te stellen. De leden van de Salon verdachten Duchamp ervan de spot te willen drijven met de kubistische beweging. Wat ze niet konden plaatsen was het contrast tussen de traditionele beschrijvende titel en het abstracte visuele beeld.
Duchamp was zowel geïnteresseerd in beeldende als in tekstuele taal. Hij vatte woorden op als mechanismen die allerlei associaties kunnen oproepen om zo betekenissen te manipuleren en zo een kunstwerk te omhullen met een waas van geheimzinnigheid. Van Duchamp stamt de uitspraak dat de titel van een kunstwerk een onzichtbare kleur is.
Door de aandacht te vestigen op de verschillende strategieën die kunstenaars gebruiken om titels te geven en ervan te profiteren geeft de tentoonstelling The Invisible Colour een andere kijk op specifieke werken uit de museumcollectie. Sommige kunstenaars spreken de beschouwer rechtstreeks aan (bijvoorbeeld Francis Alÿs), terwijl de beschouwer in andere gevallen zonder verhelderende titel in een labyrint van visuele mogelijkheden kan verdwalen (zoals bij Luc Tuymans).
Sandra Vásquez de la Horra
ma 12 jul 2010
t/m zo 24 okt 2010
- expositie
Bonnefantenmuseum, Maastricht
Sandra Vásquez de la Horra is haar naam. Ze heeft de Chileense nationaliteit maar...
[+]
woont sinds 1995 in Düsseldorf. Ze maakt ‘bescheiden’ werk. Het is klein van formaat en het betreft tekeningen. Maar, oh wee, wanneer ze de tekeningen aan de muur hangt. Dan zijn ze een onderdeel van een grotere samenhang, een ketting die zich over de hele muur kan uitstrekken. Genode en ongenode gasten bevolken haar wereld. Gastvrij laat ze hen toe, zonder aanzien des persoons. Het moet echter gezegd, dat eenmaal in haar net verstrikt, is er geen ontsnappen aan. Alles en iedereen wordt ‘verzegeld’ achter een dunne laag bijenwas, die over alle tekeningen is aangebracht. Wat eerst vloei- en dus kneedbaar was, blijkt plots weerbarstig, klaar voor de eeuwigheid.
Hoewel de wortels van deze intelligente, elegante kunst in Zuid-Amerika liggen, ontleent Sandra Vásquez de la Horra’s kunst ook veel aan een rijke, gevarieerde visuele cultuur en een grondige kennis van de Europese en Zuid-Amerikaanse literatuur, filosofie en antropologie. De Italiaanse cultuur zal voor altijd een stempel op haar drukken – niet alleen grote klassieke schrijvers als Dante, maar ook kunstenaars en architecten als Leonardo da Vinci, Michelangelo, Palladio enzovoort maken deel uit van haar referentiekader. Ze leest André Breton, Tristan Tzara, Charles Baudelaire en Arthur Rimbaud. Ze houdt vooral van het werk van Paul Eluard. Ook ontdekt ze de Amerikaanse literatuur, Walt Whitman en schrijvers van de beat generation als Allen Ginsberg, Gregory Corso, Lawrence Ferlinghetti en – later - Jack Kerouac.
Sandra Vásquez de la Horra heeft altijd getekend. Haar uitgesproken figuratieve tekeningen zijn nooit ‘mooi’ in de klassieke zin van het woord. Vaak hebben ze een ruw, direct karakter waarin een zekere urgentie voelbaar is. Er zijn veel persoonlijke elementen in te vinden. Sinds 1997 voltooit de kunstenaar haar tekeningen door ze in een bad van vloeibare was te dopen. Die behandeling geeft het werk een bijzondere materialiteit en verleent de potloodlijn een dubbelzinnige diepte – de was dient als een doorzichtige huid die de tekening patina geeft en als het ware in een andere tijd transponeert.
|