DE MUSEUMKR@NT





Musea voegen in op de electronische snelweg









...

interview met Evelien Blanjaar (RMO) over collectieregistratie


Sinds de jaren ’80 zijn computers pas goed in de museale wereld doorgedrongen. Werd de computer eerst alleen voor de registratie van de collectie gebruikt, nu zijn er complete multimediasystemen toegankelijk voor de bezoeker. Met een touchscreen kunnen foto’s en videobeelden worden opgevraagd, achtergronden van de collectie worden geraadpleegd en kan (kunst)historische informatie worden verkregen. Een groot deel van de Nederlandse musea presenteert zich nu ook op Internet. Hoe maakte de computer zijn entree in het museum en wat zijn gangbare systemen? Een interview met Evelien Blanjaar, registrator in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden.

eker bij de kleinere musea kwam een geautomatiseerd registratiesysteem maar langzaam op gang: de investeringen waren groot en er was ook geen deskundigheid op dit gebied in huis. Voor die musea heeft de Nederlandse Museum Vereniging begin jaren ’80 samen met Bureau IMC een project gestart. De musea konden met korting hardware kopen waarop het programma Q&A was geïnstalleerd, een geïntegreerd database- en tekstverwerkingsprogramma. Hierin was een speciale museumapplicatie (Tinreg) gemaakt met een gegevensinvoercontrole. Er ontstond veel kritiek op deze applicatie: niet alle gegevens konden erin kwijt en bij de verplichte velden kon vaak niets anders worden ingevuld dan ‘onbekend’. Grotere musea gebruikten andere programma’s, of ontwikkelden eigen applicaties in bijvoorbeeld dBase.

  • Welk systeem wordt in het RMO gebruikt?
    TMS, The Museum System. Dit is een Amerikaans systeem dat voor ons ondersteund wordt door een Nederlands bedrijf. Dit bedrijf helpt bij de conversie van het oude registratiesysteem (Q&A en dBase, en als overgangssysteem Microsoft Access) naar TMS en assisteert bij problemen. We hebben dit systeem eigenlijk nog maar net, vanaf september vorig jaar, dus niet alle bestanden zijn al geconverteerd. In 2000 wordt een deel van de collectie verhuisd, dus vóór de verhuizing willen we in ieder geval de belangrijkste gegevens van alle voorwerpen hebben geregistreerd in TMS.

  • Wat voor systeemeisen stelt dit programma?
    TMS draait onder Windows NT. Vorig jaar is het RMO overgegaan op een netwerk met 25 aansluitingen. Uiteraard met allemaal pentiums. Voor TMS hebben we nu nog maar twee licenties, de systeembeheerder en ik. De conservatoren werken hier bijvoorbeeld nog niet mee. De licenties zijn namelijk zo’n f 10.000,- per stuk, en we willen eerst het programma aanpassen aan de wensen en behoeften van het RMO. De veldnamen zijn bijvoorbeeld nu nog in het Engels, die willen we nog in het Nederlands, en we willen hier en daar er nog een veldje toevoegen. Bovendien moeten eerst de bestaande databases worden overgebracht. Dat is ook nog een heel werk, want alle gegevens moeten eerst allemaal worden gecontroleerd. Pas daarna zullen er meer licenties komen.

  • Maar dat is toch niet voor ieder museum te betalen?
    Nee, veel kleinere musea die met Q&A begonnen zijn, zijn inmiddels overgestapt naar i-module, het vervolg op Q&A. Dit is veel goedkoper. Er zijn verschillende andere collectiebeheersystemen, zoals Admuse, dat door het Cobramuseum in Amstelveen wordt gebruikt. Boerhaave heeft zelf een systeem ontwikkeld. Aan de eisen van het RMO bleek TMS toch het best te voldoen. TMS is gebruikersvriendelijk, de databases kunnen zonder dataverlies geconverteerd worden en kunnen gekoppeld worden met afbeeldingen. Wij zijn met het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden de enige in Nederland die TMS gebruiken.

  • Is TMS alleen geschikt voor intern gebruik?
    Bij ons nu nog wel, maar dat gaat veranderen. Door beveiligingen kun je hetzelfde systeem ook gebruiken voor het publiek. TMS bestaat uit verschillende modules: objecten, tentoonstellingen, literatuur, bruiklenen, restauraties, financiële transacties. Binnenkort komt er een archeologische module. Sommige van deze modules of gedeelten daarvan worden afgeschermd, bijvoorbeeld financiële- of verzekeringsgegevens. Maar in principe krijgt de bezoeker dezelfde informatie te zien als de museummedewerker. Alleen moet je de grafische vormgeving dan nog aanpassen. Bij sommige musea is het collectiebeheersysteem helemaal gescheiden van het publiekssysteem. Het Rijksmuseum heeft bijvoorbeeld Aria, een interactief systeem dat is ontwikkeld door een grafisch vormgever en Olivetti (nu: Olsy). Dit is alleen voor het publiek. TMS kan wél worden gebruikt voor en door het publiek en heeft ook een Internetmodule. We staan nu ook al op Internet, maar het is handig om alles in één systeem onder te brengen.

  • Wie onderhoudt de site?
    Dat doe ik, ik ben althans bezig met een nieuwe.

  • Wat vind je van de sites van de Nederlandse musea?
    Heel wisselend. Over het algemeen vrij veel tekst, maar vaak slaat het ook door naar de andere kant: alleen maar plaatjes. Erg mooi, maar er ontstaan wél heel lange wachttijden - voor de thuisgebruiker niet echt leuk. Binnen het RMO bestaan plannen om een virtueel RMO op het net te zetten, ik hoop dat er dan wel een beetje rekening wordt gehouden met de wachttijden.

    Linda Volkers   


    schermen TMS




  • - 6 -