DE MUSEUMKR@NT





Noormannen en Indianen, de helden van Hans G. Kresse







Omslagtekening voor 'De jacht op het zwaard', een van de drie delen van 'De geschiedenis van Bor Khan'





Illustratie bij 'Satanta: geen gevangenismuren voor een Kiowa'
Pep, 1971, nr.26





Een van de omslagen voor Panorama
44ste jaargang nr.50
14 december 1957

Eric de Noorman en de anderen
Vleeshal (tentoonstellingsdependance Frans Halsmuseum) - Haarlem
16 mei t/m 23 augustus 1998

In het kader van de Haarlemse Stripdagen heeft in het Frans Hals Museum de tentoonstelling Eric de Noorman en de anderen plaats. De Noorman markeerde de jeugd van meerdere decennia. Kresse was niet alleen een begenadigd tekenaar en tekstschrijver, hij had ook een voor zijn tijd verrassend moderne kijk op de Noord-Amerikaanse Indianen

annen van in de 50 mijmeren nostalgisch over het ruilen van Esther Williams plaatjes tegen de laatste Eric de Noorman. De kloeke held in zijn mysterieuze wereld van dikke mist, magiërs en mythische gedrochten heeft voor altijd een warme indruk op hen achtergelaten. Daarbij kan in de jaren 50 de strip het goedkeuren van vele rechtschapen volwassenen niet wegdragen, waardoor de striplezer zich een rebel voelt en zich samenzwerend terugtrekt op zijn slaapkamertje met mannen als Eric en Dick Bos. Maar ook latere generaties laten de TV voor wat hij was en gaan op in de wondere wereld van Hans Kresse.

Hans Georg Kresse (1921-1992) wordt in Nederland geboren als de zoon van een Nederlandse PTT beambte en een Duitse violist, die hij niet lang zou kennen. Het is geen gemakkelijke man: hij is licht ontvlambaar en eigenwijs. Alles wat hij weet en kan heeft hij zichzelf geleerd, op zijn eigen grondige manier. De eerste Eric de Noorman verschijnt in de late jaren veertig. Kresse levert tot ver in de jaren zeventig regelmatig een nieuw avontuur af van de Noorman en zijn zoon Erwin. Tegelijkertijd neemt hij vele andere projecten op zich: hij illustreert onder meer voor de bladen Donald Duck, Pep, Panorama en Margriet en schrijft al in 1947 zijn eerste Indianenverhaal, Matho Tonga.

Dit laatste onderwerp ligt hem na aan het hart. Terwijl in de verhalen van Karl May en companen de Indianen nog figureerden als troepen onbegrijpelijke en gewelddadige wilden, toont Kresse bewondering voor hun cultuur en levenswijze. In zijn verhalen zijn de Indianen de helden, edele zielen die door blanken belaagd worden. Hij neemt duidelijk stelling tegen de manier waarop blanke Amerikanen de Indianen als obstakel voor hun «beschavingsoffensief» uit de weg wilden werken. Zijn verontwaardiging over dit onrecht is zijn drijfveer bij het illustreren van De schreeuw van de dondervogel en De Indiaanse opperhoofden en hun oorlogen. Vanaf 1970 schrijft hij meerdere Indianenverhalen in stripvorm, zoals Mangas Coloradas, over een Apache-opperhoofd in het begin van de vorige eeuw en Wetamo, dat de eerste contacten tussen Indianen en blanken verhaalt. In interviews komt Kresse naar voren als een groot natuurliefhebber. Hij bekritiseert het materialisme van de moderne samenleving omdat het het contact van de mens met de natuur verbreekt, een contact dat bij Indianenvolken hoog in het vaandel staat.

Naast de sfeer die Kresse in zijn (vooral Noorman-)verhalen oproept, is het met name de stijl van tekenen wat hem tot een groot artiest maakt, ook al vond hij die zelf ondergeschikt aan de weergave van de werkelijkheid. Strips van grote tekenaars zouden eigenlijk op tenminste A4 formaat per tekening moeten uitkomen om recht te doen aan de genialiteit van de details en het ontwerp van de tekening. Kresse tekende vloeiend en krachtig, vooral in zijn latere jaren. Niet alle illustraties zijn even mooi. In de illustraties bij de serie geschiedenisboeken Geschiedenis en cultuur voor jonge mensen, wordt duidelijk dat teveel detail niet in Kresse’s voordeel speelt. Hij is op z’n sterkst als hij dicht bij de strip blijft, grover tekent, zoals hij laat zien met de geweldig mooie illustratie voor het verhaal van Satanta, de Witte Beer, in De Indiaanse opperhoofden en hun oorlogen.

De tentoonstelling geeft ruim gelegenheid om Kresse’s stijl te bewonderen. Op meerdere plaatsen is Eric uitvergroot tot op levensgroot formaat, je kunt een aantal van de omslagen van de oblongboekjes bekijken en er is een greep is gemaakt uit de vele illustraties die hij maakte voor tijdschriften. Aardige details als de overgang van tekststrip naar ballonstrip komen aan de orde en om nostalgie op te halen kan je goed uit de voeten met de vele episodes uit de Noorman- en Indianenverhalen die in vitrines uitgestald zijn.

Jessica van der Hulst   


Verschenen:
Eric de Noorman en de anderen, uit het werk van Hans G. Kresse, f 14,95 (uitgeverij Panda, Den Haag)




- 12 -