DE MUSEUMKR@NT





Daniëls' feest met een strikje








René Daniëls
De terugkeer van de performance, 1987





René Daniëls
Lentebloesem, 1987





René Daniëls
Paintings on the bullfight, 1985





René Daniëls
La muse vénale, 1979

Rene Daniëls - The most comtemporary picture show
Van Abbemuseum - Eindhoven
t/m 30 augustus


Het Van Abbemuseum is verbouwd en pakt bij de heropening uit met een dubbeltentoonstelling van de schilder Rene Daniëls (1950). Beide tentoonstellingen, een van de tekeningen en in het oude Van Abbemuseum van de schilderijen, zijn bedoeld als overzicht. Het is tien jaar geleden dat Daniëls een hersenbloeding kreeg en sindsdien niet meer als de oude functioneert. Geen reden voor een feest, zou je denken, des te meer niet omdat het Van Abbe het nieuwste werk van Daniëls die gewoon doorschildert en tekent, maar niet meer kan praten, weigert tentoon te stellen.

e moeten het dus doen met het 'oude' werk. Dat is nog best wel fris. Daniëls associatieve postmoderne grijpen naar allerlei thema's en die op een collage-achtige wijze combineren, werd vanaf zijn eerste tentoonstellingen begrepen als reactie op abstracte conceptuele kunst en ook als frisse tegenhanger van de al te serieuze Nederkunst.

Postmodern klinkt meestal als een beetje saai, omdat het in sommige gevallen uitdraait op het creëren van een wereld die niets meer met de echte wereld te maken heeft. In Daniëls werk is dat niet het geval. Dit is gewoon leuk.

In de tekeningen en schilderijen van Rene Daniëls buitelen vormen en kleuren over en door elkaar heen. Palingen en mossels worden samengeplakt in zwanen. Platte elpees worden driedimensionaal en snorren door de ruimte als vliegtuigwielen. De schilderijen zijn voorzien van ronkende en ironische titels en soms van teksten. Daniels noemde zijn werk beeldend dichten: beeld en tekst maken een kruisbestuiving.

Dat loopt niet altijd goed af voor het beeld: de tekst La muse vénale (De verkoopbare muze) bij het sfeervolle zwanen-in-de-vijver-schilderij drukt de toeschouwer met zijn neus op de verkoopbaarheid van een dergelijk schilderij. Het Monet-effect rukt op. Posters en placemats, platenhoezen met lekker in het oog rijmende beelden, behalve schilderijen die goed verkopen gaat er hele wereld van de marketing open. Daniëls werk wordt ook gekenmerkt door die consumeerbaarheid. Maar dan had hij wel die ironische titels weg moeten laten.

Daniëls moet het niet van zijn fabuleuze schildertechniek hebben, zoals menig criticus heeft gezegd is dat niet veel bijzonders. De schilderijen lijken met de Franse slag een veeg te hebben ondergaan. Hele gebieden blijven wit. In het eigenaardig aandoenlijke schilderij Historia Mysteria van een oranje met helgroen bos met daarin een bruine herfstachtige figuur met een paraplu, werkt dat witte tussen de bomen goed. Ja, dit is inderdaad een mysterieus schilderij.

Op een ander doek dat 'de geamuseerd muze' verbeeldt, stikt de afgebeelde vrouw in een wolk oranje en gele rook. Daniëls gebruikt wel vaker rookwolken in zijn schilderijen, bijvoorbeeld in een schilderij waarin een goochelaar rook uit een schoorsteen tovert. Soms maakt Daniëls kleurwolken van die rookwolken. Het idee erachter is denkelijk van kunstenaars die rook kunnen toveren, maar kleur tovert natuurlijk ook al kunst.

Daniëls ontroerendste verbindingen komen samen in de reeks van schilderijen en tekeningen Lentebloesem. Het idee van een boom waarin in de takken woorden en zinnen staan geschreven is van een simpele schoonheid. Soms hangt de boom op een centrumkaart van Parijs, soms is er een bootje getekend dat glijdt langs een tak, die tezamen met de titel Kades-Kaden associaties oplevert van reizen en ergens naar op zoek gaan.

Het beeld van de boom bereist ook een hoop ideeën. Het doet denken aan de lenteboompjes van Van Gogh. De link met Van Gogh is misschien niet toevallig, omdat Daniëls ook van het Brabantse platteland afkomstig is. In zijn interviews identificeerde hij een verschil tussen kunst uit het Noorden en uit de Zuidelijke helft van Nederland. En in de tijd van Lentebloesem verhuisde hij net naar Amsterdam, daar zal het idee van de kades vandaan kunnen komen.

Daniëls maakt van zijn beelden emotionele en intelligente arken van Noach, gevuld met ideeën en associaties. Uit een opdracht die hij in 1983 uitvoerde voor het 800-jarig bestaan van de stad Den Bosch blijkt dat hij zijn schilderijen en de musea waarin ze hingen ook echt zag als arken van Noach. De opdracht was om iets te maken aan de hand van het apocalyptische Drieluik van de Zondvloed van Jeroen Bosch. Daniëls maakte uiteindelijk zes schilderijen over het thema van de zondvloed. Op basis van zijn briljante idee dat kunstwerken arken zijn die de beschaving van de ondergang redden, maakte hij nagenoeg abstracte schilderijen van drie wanden in een museumzaal met daarop in simpele kleurvlakken aangegeven schilderijen.

Daniëls is dan nog niet uitgeassocieerd. Verkleind en talloze keren herhaald worden de muren met schilderijen op wonderbaarlijke wijze een soort van strikje. Musea en kunst als feest, zeg maar, want je moet er een strikje voor om. Dit echoet leuk met dat andere thema van Daniël: de kunstenaar is een soort goochelaar die het publiek, zijn muze en zijn publiek amuseert met trucs. Een goochelaar heeft natuurlijk ook een strikje. Maar het ziet er nu naar uit dat Daniëls goochelfeestje is afgelopen, zolang zijn nieuwe werk nu niet meer welkom is in het Van Abbe.

Jacqueline Schaalje   




- 6 -