DE MUSEUMKR@NT





Gek van Egypte








'De piramiden van Egypte'
Chrispijn de Passe de Oude
gravure




'Het opmeten van de sfinx in Gizeh'
Vivant Denon
1798, inkt op papier




'De kiesrechtsfinx'
Rusticus (pseudoniem voor M. Bauer)
1898



'Egypte'
M. Lauweriks
1897, houtsnede



Egyptomania in Nederland
Museum Boijmans van Beuningen - Rotterdam
22 augustus t/m 1 november 1998

Egypte spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding van de Europeanen en dus ook van de Nederlanders. Dit is dan ook niet de eerste tentoonstelling die aan het land gewijd is. De invalshoek is echter interessant: Egyptomania bespiegelt de invloed die de Egyptische cultuur de afgelopen 200 jaar had op de Nederlandse kunst en kunstnijverheid.

n het begin van de 19de eeuw kwamen de soldaten van Napoleon Bonaparte terug uit Egypte. Ze waren daar verslagen door de Engelsen, maar brachten toch iets mee terug. De wetenschappers en kunstenaars die met het leger meereisden, hadden namelijk alles wat ze onderweg tegenkwamen beschreven, opgemeten en getekend. Ze publiceerden hun bevindingen en maakten hiermee grote indruk in de westerse wereld. Maar ook in de 16de, 17de en 18de eeuw reisden avonturiers naar Egypte, op zoek naar de mysterieuze piramiden. Cornelis de Bruyn (1652-1727) is waarschijnlijk de bekendste Nederlander die ging. Hij slaagde er als een van de eersten in om een piramide binnen te gaan. Van dit avontuur doet hij verslag in het rijkgeïllustreerde boek Reizen uit 1698.
Veel kunstenaars die Egypte als thema voor hun werk kozen waren echter nooit in het land geweest. Vooral in de tijd voor Napoleon resulteerde dit in surrealistische taferelen. Men had wel gehoord van de Egyptenaren en van de piramiden en men had soms zelfs echte obelisken in Rome gezien, maar hoe het nu precies zat, was onbekend. Daarom zien we op werken uit die tijd ongewoon puntige piramiden en kleding die een Egyptenaar nooit vrijwillig zou aantrekken.

Manie voor de kust van Katwijk
Soms lijkt het of westerse kunstenaars op willekeurige manier hun thema's uit Egypte overnamen. Toch hebben ook de artistieke kwaliteiten van de Egyptische kunst indruk gemaakt en navolging gekregen in Europa. Vooral in de architectuur in de 19de eeuw vinden we het monumentale en de eenvoudige maatverhoudingen van de piramiden terug. Delen van de Beurs van Berlage zijn bijvoorbeeld gebaseerd op het maatsysteem van de 'Egyptische driehoek'. Ook in de beeldhouwkunst steekt het monumentale, symmetrische en streng gestileerde karakter de kop op. Het meest opvallende voorbeeld hiervan op de tentoonstelling is van D.P.G. Humbert de Superville. Hij ontwierp in 1835 een enorme liggende leeuw, die bedoeld was om voor de kust van Katwijk in zee te plaatsen. Het ontwerp, gesitueerd in een woeste, nachtelijke zee, is op zichzelf al imposant. Het idee om dit gevaarte werkelijk in de Noordzee te plaatsen is inderdaad een beetje manisch, maar toch is het bijna jammer dat het er nooit van is gekomen.

Twee linkervoeten
Schilders en tekenaars nemen naast de thematiek vooral het tweedimensionale van de Egyptische kunst over. Voorbeelden hiervan zijn een houtsnede van Lauweriks en De kiesrechtsfinx van Rusticus, een pamflet uit 1898 dat het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen onder de aandacht brengt.
Het platte karakter van de Egyptische afbeeldingen wijst trouwens niet in de eerste plaats op het onvermogen om in perspectief te werken. Het doel van de kunstenaars was niet om een zo mooi mogelijke weergave van de werkelijkheid te geven. Ze streefden naar een zo compleet mogelijk beeld. Ze tekenden niet wat ze zagen, maar wat ze zich herinnerden. De regel hierbij was dat alles wat op het schilderij moest komen, zo duidelijk mogelijk weergegeven werd. Zo werd een hoofd altijd en profil getekend. Het oog, dat duidelijker tot uitdrukking komt als je het van voren aanschouwt, werd daar frontaal in geplaatst. Volgens dezelfde principes werd de rest van het lichaam aangepakt: het bovenlichaam frontaal, met beide armen daar zichtbaar naast, en de benen en weer vanaf de zijkant gezien. Voeten zagen er het best uit met de grote teen voor, dus zie je een Egyptische voet altijd vanaf de binnenkant van het been.
Wellicht had het magische doel van de afbeeldingen iets te maken met deze manier van werken. Een overleden persoon werd afgebeeld omdat de Egyptenaren geloofden dat de ziel alleen kon voortleven als het uiterlijk van de dode bewaard bleef. Dan is compleetheid natuurlijk belangrijk. En hoe kan een afgebeelde slaaf zijn werk doen als hij maar één arm heeft, of een armpje dat vanwege het perspectief twee keer zo kort is?

De ontdekking van het graf van farao Toetanchamon in 1922 was opnieuw aanleiding voor een Egypte-rage. De lustrumfeesten van de Universiteit van Utrecht in 1926 stonden zelfs geheel in het teken van Egypte. Voorlopig waren dit de laatste stuiptrekkingen van de manie die kunstenaars door de eeuwen heen geregeld heeft beheerst. Maar nog lang niet alle raadselen rond Egypte en zijn piramiden zijn opgelost. Wie weet wat ons nog te wachten staat in de toekomst.

Masja de Ree






- 2 -