DE MUSEUMKR@NT





Een beeld van een koningin






De 'aardappelzak' van Charlotte van Pallandt



Wilhelmina geportretteerd



Wilhelmina geeft het volk het goede voorbeeld door in tijden van nood benzine uit te sparen en de fiets te nemen.



Het onverzettelijke dametje met het vosje, tijdens een toespraak vanuit Londen aan het Nederlandse volk tijdens de oorlog.

Wilhelmina in beeld. Koningin Wilhelmina officieel en onofficieel in de beeldende kunst van de twintigste eeuw.
Gemeentelijk Van Reekum Museum - Apeldoorn
t/m 11 oktober 1998

Honderd jaar geleden bestijgt Wilhelmina als 18-jarige de troon. Zij toont zich aan haar volk in maagdelijk wit. Het beeld dat uiteindelijk van haar blijft plakken staat daar ver van af. Het wordt vertolkt in het beeld van Christine van Pallandt, ook wel 'de aardappelzak' genoemd. Het Van Reekum Museum wijdt een tentoonstelling aan het beeld dat van Wilhelmina geschapen is en dat na haar dood gedurende 25 jaar onderwerp wordt van dispuut.

ilhelmina kleedde zich in haar jeugd voor openbare gelegenheden altijd in maagdelijk wit, als de puurheid zelve. Dit moest ertoe bijdragen de herinnering aan haar impopulaire vader Willem III te overschaduwen. 'Koning Gorilla', zoals Willem III ook wel genoemd werd, bezocht - noblesse oblige - regelmatig bordelen en liet zijn vrouw in een koets voor Parijse hoerenkasten wachten totdat hij klaar was. Zijn gedrag was niet het enige dat hem impopulair maakte ;hij maakte er geen geheim van dat hij terugverlangde naar de tijd van voor de constitutionele monarchie.

Met de onbevlekte Wilhelmina wordt afstand genomen van deze 'aristocratische' monarchie. In navolging van het Engelse koningshuis krijgt het Huis van Oranje een rol toebedeeld, die het sinds de instelling van de constitutionele monarchie miste en die de familie weer populair moet maken. De ceremoniën worden sindsdien strak georganiseerd en de familie moet van dat moment af aan een voorbeeld van burgerlijke waarden zijn voor haar volk. Er wacht Wilhelmina zodoende een zware taak en zij ondergaat een Spartaanse opvoeding om zich erop voor te bereiden. "Eenzaam, maar nooit alleen" wordt zij ervan, maar zij slaagt erin haar taak te verwezenlijken. Met haar raakt het ceremoniële koningshuis stevig verankerd in de Nederlandse samenleving. Zij weet de liefde voor het koningshuis nieuw leven in te blazen en stelt daarmee zijn bestaansrecht tot ver in de toekomst veilig.

Om geliefd en bekend te worden, moet een vorst zijn volk bezoeken. Op de vijftig foto’s van de tentoonstelling bezoekt de koningin dorpen en steden, te weer en te onweer. De vroegste foto’s laten haar zien als statige vorstin, die veel investeert in een elegant uiterlijk. Maar het beeld dat uiteindelijke aan haar is blijven plakken is het onverzettelijke dametje met het vosje om haar nek, de vorstin die haar volk in oorlogstijd vanuit Londen moed inspreekt.

De beeldvorming van de koningin wordt alleen aan 's lands beste kunstenaars overgelaten. Wilhelmina heeft daar bovendien zelf een flinke vinger in de pap. Het ontwerp van J.P. Romein voor een postzegel, waarop niet het gewoonlijke koninklijke profiel, maar haar gezicht half naar voren staat gedraaid, wijst zij zonder pardon af. Een ander ontwerp mag wel haar goedkeuring wegdragen: de postzegel van S.L. Hartz uit 1947 is de eerste die haar gezicht in reliëf weergeeft, alsof het om een muntstuk gaat. In een tijd van economische crisis en opbouw na de oorlog maakt de postzegel een financieel solide indruk.

Na haar dood in 1963 is zo goed als iedereen het er over eens dat een nationaal monument aan haar gewijd moet worden. Diverse plannen worden uitgebroed en uiteindelijk wordt besloten dat het nationaal monument artistiek even vooruitstrevend moet zijn als de postzegels, beelden en andere portretten die van Wilhelmina gemaakt zijn. Het project in handen van beeldhouwer Hans Petri en architect Frans van Dillen. Hun ontwerp van een 'lopend monument' wordt in 1975 door de regering goedgekeurd. Het monument had een rood-wit-blauw keienlint moeten worden, van de Grote Kerk (het centrum van geloof) naar het Binnenhof (het regeringscentrum). Maar het plan veroorzaakt een stortvloed van reacties; het is duidelijk dat niet iedereen de vooruitstrevende kunstsmaak van de opdrachtgevers deelt en het plan verdwijnt letterlijk in de prullenbak.

De beroemde architect Aldo van Eyck komt ook met een vooruitstrevend plan. Een 'meeuwwitte koepel' is gedacht aan de binnenkant doorzichtige zwart-wit foto’s van Wilhelmina als mens en als koningin te bevatten. Ook dit plan komt nooit ten uitvoer en Van Eyck raakt even gedesillusioneerd als Dillen en Petri dat al waren. Uiteindelijk wordt Christine van Pallandt uitgenodigd om een bestaand beeldje van Wilhelmina in grotere versie uit te gaan voeren. Daar was het dan eindelijk, vijfentwintig jaar na de dood van Wilhelmina, het nationaal monument, de Nationale Eerbetuigenis aan de koningin: een gewoon beeld, in ruimtelijke zin niets vooruitstrevends, dat bovendien veel weg heeft van een vormloze homp klei en de bevallige bijnaam 'de aardappelzak' meekrijgt.

Een tweede keer komt Van Eyck in beeld om een plan te bedenken waar en hoe het beeld tentoongesteld moet worden. Hij vindt een schitterende plek voor het beeld aan de hofvijver, op een ronde vlonder. Nogmaals wordt zijn advies in de wind geslagen en de aardappelzak wordt in 1988 weggemoffeld op een plaats waar het niemand ooit opvalt. De herinnering aan de koningin, die zo’n belangrijke rol speelde in het totstandbrengen van de moderne monarchie, was al in de vergetelheid geraakt.

Jessica van der Hulst   


Meer info

Van Reekum Museum Apeldoorn
Wilhelmina - op de site van Radio Nederland Wereldomroep




- 3 -