DE MUSEUMKR@NT





Trots op het dragen van een anachronistische mutsebel






Trotse Katwijkse dames in klederdracht




Prent van klederdracht uit de Nationale Collectie van 1898

Een volk presenteert zich: Streekdrachten uit de collectie van koningin Wilhelmina, 1898-1998
Historisch Museum Apeldoorn

t/m 29 november 1998

In Apeldoorn wordt de herdenking van de inhuldiging van Wilhelmina uitgebreid herdacht. De koningin bracht dan ook een groot deel van haar leven op het Loo door. Bij de inhuldiging van 1898 bood 'het volk' de koningin een verzameling nationale klederdrachten aan. Vijftig jaar later gebeurde dat nog eens ter gelegenheid van haar regeringsjubileum. Deze laatste Collectie Koningin Wilhelmina is nu grotendeels tentoongesteld.

an de oude collectie uit 1898 zijn alleen prenten en foto's overgebleven; de kledij zelf heeft de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Trots portretteren gewone vissers en boeren op de foto's hun lokale dracht. Met haar aanwezigheid smeedt Wilhelmina als het ware een band tussen natie en lokale gemeenschap en lijft zij de dorpelingen in in de nationale identiteit. De koningin maakt eenheid in verscheidenheid, als een nationale paraplu. Onder die paraplu behoorden toen ook nog de 'nog heidense inwoners' van Suriname, te zien op het Polygoonjournaal in de als jaren vijftig ingerichte huiskamer in het museum. Moederlijk zwaait de koningin naar haar onderdanen, bosnegers gehuld in traditionele kleding.

Net als alle verzinsels die het nationalisme rijk is, is ook de zogenaamd traditionele klederdracht een fictie. Natuurlijk liepen niet al die mensen al eeuwen in dezelfde kleren rond. Klederdracht is een uitvindsel van rond 1900, een creatie van identiteit, die kunstmatig gestoeld moest worden op een historisch fundament. Alsof het er altijd al geweest was en er altijd zal zijn in de toekomst. Vandaar het anachronistische uiterlijk van klederdracht: mensen in klederdracht zien er uit alsof ze zo uit een andere eeuw gelopen komen.

Het vreemde is dat mensen klederdracht serieus zijn gaan nemen en sindsdien is het een eigen leven gaan leiden. Het heeft, hoe summier ook, zich aan de tijd en omstandigheden aangepast. Binnen een gemeenschap zijn onderscheidende kenmerken aangebracht om beroep, rijkdom en soms ook geloof te markeren. Een hele verzameling borstrokken, kraplappen, mutsebellen, oorijzers voor diverse gelegenheden staat uitgestald als bewijs van de menselijke drang om zich van anderen te onderscheiden. En aangezien het onderscheid in een zo statische dracht het vooral van de details moet hebben, zijn er aardige voorbeelden te zien. Zo draagt een katholieke vrouw uit Zuid-Beveland haar kanten bovenmuts in hoekige vorm, terwijl de protestantse deze zo vouwt, dat het een ronde kap wordt. Een baby in de rouw had keuze uit maar liefst drie hoofddeksels: een doopmutsje met een rood randje voor de zware rouw, een wit mutsje met veel kant voor de halve rouw en een met iets minder kantwerk voor als de rouw voorbij was.

De tentoonstelling gaat wel wat ver door op het onderscheidingsthema. Zo wordt gesteld dat de huidige merkenrage van pubers eigenlijk niet veel anders is dan het gedetailleerde onderscheid binnen de klederdrachten. Of dat de klederdracht een ontwikkeling doormaakt net als de damesmode dat doet. Het is jammer dat de tentoonstelling volledig voorbij gaat aan de nationalistische basis van klederdracht. Het verwatert uiteindelijk in de uitwijding over iets dat iedereen al wist, namelijk dat mensen zich binnen de groepsnormen van elkaar willen onderscheiden.

Jessica van der Hulst   


Meer info

Informatiepagina over het Historisch Museum Apeldoorn
Wilhelmina - op de site van Radio Nederland Wereldomroep
Tentoonstellingsinformatie




- 4 -