DE MUSEUMKR@NT





De verstilde wereld van Dirk Bouts




Het laatste avondmaal
Dirk Bouts, 1464 drieluik in opdracht van de broederschap van het Heilig Sacrament van de Sint-Pieterskerk in Leuven
(detail uit het middenpaneel)
Op de tentoonstelling in de Predikherenkerk wordt aandacht geschonken aan de perspectivische opbouw van dit middenpaneel. Ook het natuurwetenschappelijke onderzoek komt daar uitgebreid aan bod.




De gerechtigheid van Keizer Otto
Dirk Bouts, 1475
Eén van de twee panelen in opdaracht van het gemeentebestuur van Leuven voor het nieuwe raadhuis
(rechterpaneel; de vuurproef)
Bouts voorzag deze panelen, met zeer forse afmetingen, aan de bovenzijde van een houten reliëf van zogeheten maaswerk in gotische vormen. Op die manier pasten ze optimaal in de Gothische zaal van het raadhuis. Bij het stadsgezicht op de achtergrond (linksbovenaan) heeft hij zich mogelijk laten inspireren op de grote bouwactiviteiten in Leuven. In de vroege 19e eeuw wekten beide panelen de bewondering op van de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II. Van 1827 tot 1857 bevonden ze zich in zijn verzameling. Uiteindelijk kwamen ze terecht in het bezit van de Belgische Staat, die ze toewees aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Ruim een eeuw geleden gaf de stad Leuven de schilder Frans Meerts de opdracht tot het vervaardigen van kopieën, die nog steeds in het raadhuis aanwezig zijn.



Tentoonstellingslocaties in Leuven:

  1. Predikherenkerk, Onze-Lieve Vrouwstraat
  2. Sint-Pieterskerk, Grote Markt
  3. Stadhuis, Grote Markt
  4. Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens, Savoyestraat 6

Openingstijden: maandag-donderdag 9.30-17.30 uur, vrijdag tot 21.30 en zater- en zondag tot 18.30 uur. Gesloten op 1 november. Alle exposities duren tot 6 december.
Telefonische inlichtingen: 00 3216224564

De stad Leuven heeft dit jaar meerdere redenen om haar rijke cultuurgoed weer eens onder de aandacht te brengen. Precies 550 jaar geleden werd er de eerste steen gelegd van wat een uitzonderlijk stadhuis zou gaan worden. 'Pronkjuweel van de Brabantse gotiek' wordt het nu trots genoemd. Oorlogen, blikseminslagen en ander onheil hebben er aan geknaagd. Moderniseringen, aanpassingen en restauraties lieten eveneens hun sporen na; niet altijd ten goede. Met z'n strakke symmetrie en drukke versiering is het echter een sympathiek monument ter ere van het zelfbewuste en ambitieuze laatmiddeleeuwse Leuven.

et gebouw vormt, samen met nog drie locaties, onderdeel van een grote manifestatie waarin de schilder Dirk Bouts centraal staat. Hij kwam omstreeks 1448 naar Leuven en maakte in opdracht van religieuze instellingen, het stadsbestuur en voor particulieren vele schilderijen. Dat hij niet in Leuven werd geboren betreurt men er nog steeds. Althans, dat moet de Nederlandse bezoeker constateren die tijdens een rondleiding een opmerking over z'n 'dubieuze herkomst' opvangt. Het blijkt te gaan om de stad Haarlem!

Als Bouts zich in Leuven vestigt is hij een volleerd schilder. Bewaardgebleven documenten maken ons duidelijk hoe snel hij er ingeburgerd raakte. De echte economische bloeiperiode van de stad was inmiddels voorbij maar de stichting van de universiteit in 1425 zorgde wel voor nieuwe impulsen. Allerhande bouwactiviteiten in de stad, waarvan vooral beeldend kunstenaars konden profiteren, waren het gevolg van de rivaliteit met Brussel. Wie Leuven bezoekt kan er dan ook niet omheen; fraai gerestaureerd liggen stadhuis en omringende bebouwing, de tegenovergelegen Sint-Pieterskerk en andere monumentale panden elders in de stad te schitteren in de najaarszon. Het werk van Bouts behoort duidelijk niet tot de onroerende goederen; veel ervan is verloren gegaan of ver buiten de landsgrenzen beland. Zelfs de enorme panelen die Bouts in opdracht van het gemeentebestuur schilderde bevinden zich niet meer op hun oorspronkelijke plaats. Natuurlijk speelt daarbij ook het motief van de waardering, die nooit een constante factor vormde. Wellicht heeft het feit dat Bouts zijn werk nooit signeerde bijgedragen aan het verdwijnen van zijn naam. Pas in 1846 vormde het uitgebreide stadsarchief aanleiding voor diepgaande studie waardoor de persoon van Bouts aan de vergetelheid kon worden ontrukt. Onder vakgenoten was er al tijdens zijn leven een duidelijke waardering voor zijn werk. Talrijke schilders volgden Bouts in diens opmerkelijke stijl. Ook het feit dat zijn zonen Dirk en Albrecht het schildersatelier voorzetten zorgde voor continuïteit. In de expositie uit zich dat in tekstbordjes met omschrijvingen als 'naar..', 'groep.., 'atelier..' en 'navolger van Bouts'. De schilder gedraagt zich als een regisseur die de personen in zijn voorstelling plaatst, hun attributen, lichaamshoudingen en gebaren bepaalt; hij zet ze neer om een bepaalde rol te spelen. Ondanks de soms wrede of bizarre aard daarvan, zoals uitgebeeld in de Marteling van de Heilige Erasmus, gedragen Bouts' personages zich als onbewogen acteurs, lijfelijk aanwezig maar ogenschijnlijk onberoerd.

Al in hun ontstaanstijd zullen deze schilderijen aan de toeschouwer zijn uitgelegd en verklaard. Wie ook vijf eeuwen later z'n oren spitst als op de expositie een groep met rondleider langskomt doet daar zeker z'n voordeel mee. En ach, neem die frustraties over de geboorteplaats van Bouts dan maar voor lief!

Michiel R. Lassche   


Meer informatie en de Leuvense Kruidtuin
 

- 7 -