DE MUSEUMKR@NT
![]() Het laatste avondmaal ![]() De gerechtigheid van Keizer Otto |
Tentoonstellingslocaties in Leuven:
Openingstijden: maandag-donderdag 9.30-17.30 uur, vrijdag tot 21.30 en zater- en zondag tot 18.30 uur. Gesloten op 1 november. Alle exposities duren tot 6 december. De stad Leuven heeft dit jaar meerdere redenen om haar rijke cultuurgoed weer eens onder de aandacht te brengen. Precies 550 jaar geleden werd er de eerste steen gelegd van wat een uitzonderlijk stadhuis zou gaan worden. 'Pronkjuweel van de Brabantse gotiek' wordt het nu trots genoemd. Oorlogen, blikseminslagen en ander onheil hebben er aan geknaagd. Moderniseringen, aanpassingen en restauraties lieten eveneens hun sporen na; niet altijd ten goede. Met z'n strakke symmetrie en drukke versiering is het echter een sympathiek monument ter ere van het zelfbewuste en ambitieuze laatmiddeleeuwse Leuven.
Als Bouts zich in Leuven vestigt is hij een volleerd schilder. Bewaardgebleven documenten maken ons duidelijk hoe snel hij er ingeburgerd raakte. De echte economische bloeiperiode van de stad was inmiddels voorbij maar de stichting van de universiteit in 1425 zorgde wel voor nieuwe impulsen. Allerhande bouwactiviteiten in de stad, waarvan vooral beeldend kunstenaars konden profiteren, waren het gevolg van de rivaliteit met Brussel. Wie Leuven bezoekt kan er dan ook niet omheen; fraai gerestaureerd liggen stadhuis en omringende bebouwing, de tegenovergelegen Sint-Pieterskerk en andere monumentale panden elders in de stad te schitteren in de najaarszon. Het werk van Bouts behoort duidelijk niet tot de onroerende goederen; veel ervan is verloren gegaan of ver buiten de landsgrenzen beland. Zelfs de enorme panelen die Bouts in opdracht van het gemeentebestuur schilderde bevinden zich niet meer op hun oorspronkelijke plaats. Natuurlijk speelt daarbij ook het motief van de waardering, die nooit een constante factor vormde. Wellicht heeft het feit dat Bouts zijn werk nooit signeerde bijgedragen aan het verdwijnen van zijn naam. Pas in 1846 vormde het uitgebreide stadsarchief aanleiding voor diepgaande studie waardoor de persoon van Bouts aan de vergetelheid kon worden ontrukt. Onder vakgenoten was er al tijdens zijn leven een duidelijke waardering voor zijn werk. Talrijke schilders volgden Bouts in diens opmerkelijke stijl. Ook het feit dat zijn zonen Dirk en Albrecht het schildersatelier voorzetten zorgde voor continuïteit. In de expositie uit zich dat in tekstbordjes met omschrijvingen als 'naar..', 'groep.., 'atelier..' en 'navolger van Bouts'. De schilder gedraagt zich als een regisseur die de personen in zijn voorstelling plaatst, hun attributen, lichaamshoudingen en gebaren bepaalt; hij zet ze neer om een bepaalde rol te spelen. Ondanks de soms wrede of bizarre aard daarvan, zoals uitgebeeld in de Marteling van de Heilige Erasmus, gedragen Bouts' personages zich als onbewogen acteurs, lijfelijk aanwezig maar ogenschijnlijk onberoerd.
Al in hun ontstaanstijd zullen deze schilderijen aan de toeschouwer zijn uitgelegd en verklaard. Wie ook vijf eeuwen later z'n oren spitst als op de expositie een groep met rondleider langskomt doet daar zeker z'n voordeel mee. En ach, neem die frustraties over de geboorteplaats van Bouts dan maar voor lief!
Michiel R. Lassche Meer informatie en de Leuvense Kruidtuin |
| - 7 - |