DE MUSEUMKR@NT





De zinderende kleurenpracht van de kasjmiersjaal




Kasjmiersjaal van het type vier seizoenen, diagonaal symmetrisch motief. Vervaardigd in Parijs omstreeks 1844 naar een ontwerp van Amédée Couder (1797-1864). (foto Maurizio Montanari - 1998)



Kasjmiersjaal van Frans fabrikaat, omstreeks 1800-1810. Uitgevoerd in lancé-decoupé-techniek, waarbij de voor de motieven benodigde gekleurde inslagdraden worden weggeknipt waar ze aan de achterzijde los aan het oppervlak zouden blijven liggen.



Hoekdetail uit een kasjmiersjaal 'Nou Rouz', in 1839 te Parijs vervaardigd naar een ontwerp van Amédée Couder (1797-1864), afmetingen 389 cm x 165 cm. De decoratie is er een van Duizend en één nacht; er komen architectonische vormen op voor die verwijzen naar gothische en islamitische bouwkunst. In toaal zijn er 12 kleuren in verwerkt. Het kaartprogramma voor het weefgetouw waarop dit model is vervaardigd beslaat een totaal van 100.000 stuks. Door omwisseling van de gebruikte kleuren waren hiermee ook varianten te produceren.



Advertentie voor een kasjmiersjaal van het type 'drie in één'. Dit drukwerkje uit omstreek 1847 laat zien dat de liefhebsters van de sjaal waar voor hun geld wensten. Dit model kan, afhankelijk van de wijze van vouwen en draperen, drie maal een ander aspect tonen.



Zogeheten 'Visite'; hier als driekwartmantel met vleermuismouwen. Het bhuta- of denneappelmotief is hier uit een bestaande sjaal geknipt en als applicatie op de effen rode stof van dit kledingstuk opgebracht.




Cachemires Parisiens a l'école de l'Asie,
Musée de la Mode de la Ville de Paris, Parijs.

Touches d'Exotisme XIVe -XXe siècles
Musée de la Mode en du Textile, Parijs.

"Het vibreert niet, makker!" constateert kunstenaar en schilder Terpen Tijn in sommige Bommelstrips. En of hij dan doelt op kleur of compositie in zijn schilderij; er mist kennelijk iets, het werk laat kennelijk de maker koud. Rillingen lopen je beslist over de rug bij het bekijken van een fantastische collectie kasjmiersjaals, met zorg tentoongesteld in Parijs. Bedoeld om je juist warm te houden veroorzaakt de kleurenpracht van dit accessoire ook in onze tijd een onmiskenbare vibratie: die van de volslagen hebzucht. Een tweede expositie in de Franse hoofdstad laat verder zien hoe de kasjmiersjaal uiteindelijk tot kledingstuk werd getransformeerd. De schaar ging er in en de kostbare lap werd onherroepelijk verwerkt tot mantel. Lees en huiver mee...

arijs beschikt over twéé musea die zijn gewijd aan het fenomeen van de mode in de ruimste zin des woords. In een niet lang geleden grondig gerenoveerde opstelling is dat het Musée de la Mode en du Textile aan de Rue de Rivoli, in een vleugel van het Louvre-complex. Invloeden van vreemde culturen op de Europese mode vormen een rode draad van een expositie onder de titel Touches d'Exotisme. Daarnaast is het stedelijke modemuseum in Palais Galliera tot en met 28 februari '99 een waar lustoord voor liefhebbers van de kasjmiersjaal. De tentoonstelling Cachemires Parisiens à l'école de l'Asie geeft op intrigerende wijze een overzicht van de manier waarop dit exotisch stuk textiel werd opgenomen in het Europese modebeeld. En natuurlijk wist Parijs zich tot westers centrum te ontwikkelen voor de popularisering van de sjaal en kreeg het eeuwenoude dessin van hieruit nieuwe impulsen.

In de eerste helft van de 19e eeuw had menig meisje bij het idee aan haar huwelijk nog iets anders in gedachten dan alleen een liefhebbende echtgenoot. Hij zou haar niet alleen overladen met geluk maar bovendien met een kasjmiersjaal; lange tijd een vast bestanddeel van de geschenken aan de bruid. De benaming van de felbegeerde omslagdoek verwijst op twee manieren naar z'n exotische herkomst. Arabische wereldreizigers bezochten in de 14e eeuw de Indiase stad Chalyat en troffen daar fraaie stoffen aan die hun hebzucht opwekten. De plaatsnaam werd als snel het synoniem voor de lange doek die in het Oosten door beide geslachten zowel als tulband, hals- of omslagdoek werd gedragen. In het gebied van Kashmir en Punjab werden dergelijke doeken bovendien vervaardigd van de zachtste dierlijke vezel die er op de aarbol verkrijgbaar is: het ragfijne, zijdezachte onderhaar van geiten die in deze bergachtige streek weten te overleven.

De geringe productie van deze 'wol', de ingewikkelde weeftechniek, de hoge lokale belastingen en bovendien de moeizame en gevaarlijke handelsreis; het waren allemaal factoren die veroorzaakten dat de doeken tot de kostbaarste handelswaar behoorden. Het werden erfstukken, doorgegeven van moeder op dochter en niet zelden geval ook voor leuke prijzen verhandeld. Dat bracht de wevers in Europa op het idee een eigen productie te beginnen. Men beschikte immers over geavanceerde weefgetouwen en over vaardige dessinateurs. Zo ontstaat vanaf 1810 vanuit Parijs een ware golf van kleur en vorm, vastgelegd in een lap stof die elke vrouw zich prominent om haar schouders wenste. Het kenmerkende versieringsmotief is telkens de bhuta; een gestyleerde anjer. In Europa kennen we het ook wel onder de benaming 'Paisley', naar de Schotse textielstad waar het bedrukt op zijde grote bekendheid verwierf. Op portretten van Oosterse heersers is dit motief op hun kleding als een goed herkenbaar plantje verwerkt, soms zelfs inclusief wat worteltjes! Na enige tijd wordt dit bloemmotief omhuld door een contour in de vorm in van een denneappel met aan één zijde een omgekrulde punt. Vanaf dat moment zet het z'n opmars voort als abstract dessin dat oneindig veel variaties mogelijk maakt en nog altijd grote scharen liefhebbers telt. In de handen van ontwerpers is het als was - van goed tot vaag herkenbaar - altijd geeft dit dessin z'n onmiskenbare signaal af: 'koop mij, draag mij' en bovenal 'voel mij!'

De expositie in Palais Galliera toont een indrukwekkende selectie van deze sjaals. De subtiele presentatie en zorgvuldige belichting geven de liefhebbers de kans ze op millimeters afstand te bewonderen. Aanraken zou kunnen, de doeken zijn als wandtapijten bevestigd en niet achter glas verstopt. Respect voor deze sympathieke presentatie weerhoudt je ervan je vingers over de ongetwijfeld zijdezachte weefsels te laten gaan. Maar de uitwerking is onmiskenbaar. De kleurenpracht, de rijkdom aan dessins; het doet je van tijd tot tijd rillen van genot. Ook al gaat het om exemplaren die in Parijs werden vervaardigd, de exotische uitstraling en de ongekende luxe is onmiskenbaar. Kenners ontdekken variaties in het ontwerp van de sjaals die daarmee een aardig beeld geven van de onmiskenbaar westerse invloeden. Architectonische motieven, bonte stoeten van mensen en dieren, de halve plantenwereld maar ook abstract ogende motieven vullen de vele vierkante meters textiele luxe. Van bescheiden randmotief ontwikkelt de bhuta zich tot een vorm die steeds verder oprukt en tenslotte wel de helft van het sjaaloppervlak overdekt. In het gebruik als kledingaccessoire kwam deze vormenpracht maar gedeeltelijk tot z'n recht. Een modebewuste vrouw waardeerde de sjaal om z'n mogelijkheden tot combineren en draperen.

Tegelijkertijd gaf zij daarmee een fenomenaal signaal af van statusbewustheid en bovenal van een ruim gevulde portemonnee. En wat moeder mooi vond wilde de dochter later óók. De expositie laat zien dat de nieuwe generatie soms rigoureuze wijziging aanbracht in het gebruik. Paste het kunstige draperen niet langer in het drukke leven of in het nieuwe modebeeld? Dochterlief aarzelde niet en zette de schaar in de stof. De sjaals waren vaak groot genoeg om er een aardig kledingstuk uit te halen en nog wat over te houden ook. Zo ontstaat omstreeks 1870 de 'visite'; een getailleerde driekwartmantel, veelal voorzien van een cape of van vleermuismouwen. Zo vindt menige sjaal z'n tweede gebruik, waarbij het pronkeffect onmiskenbaar in een andere vorm wordt voortgezet. Ook in de presentatie Touches d'Exotisme zijn hiervan talloze voorbeelden aanwezig. Die expositie laat ook aardige voorbeelden zien van de toepassing van het bhuta-motief in de herenmode. Want rond het midden van de 19e eeuw sierde ook de man zich met exotische dessins. Bij hem is het weliswaar wat ingetogener en blijft het beperkt tot het vest, toen nog een vast bestanddeel van de herengarderobe.

Wat je ver haalt is lekker. Dat geldt voor de traditionele kasjmiersjaal maar zeker ook voor twee bijzondere exposities buiten onze landsgrenzen. Minstens zo belangrijk is de zorg die aan beide presentaties is besteed. Nu eens niet de poeha zoals die van het Haagse Gemeentemuseum, waar achter het schermen met de kreet over 'de grootste collectie kostuums en accessoires' een uitstalling schuilgaat, met zo hier en daar wat tekst en uitleg. Nee, in Parijs weten ze hoe je deze voorwerpen tot hun recht en bovenal hoe je de bezoeker aan z'n trekken kunt laten komen.

Michiel R. Lassche   



'Cachemires Parisiens a l'école de l'Asie',
Musée de la Mode de la Ville de Paris,
Palais Galliera, Avenue Pierre 1e de Serbie 10, Parijs. Métro Iéna.
Telefoon 00 33 1 47208523
Tot 28 februari 1999, geopend dinsdag t/m zondag 10-18 uur.
Entree FF 45 Catalogus beschikbaar, 128 pagina's, illustraties in kleur en zwart/wit FF 195


'Touches d'Exotisme XIVe -XXe siècles'
Musée de la Mode en du Textile,
Rue de Rivoli 107, Parijs.
Métro Palais Royal, Tuileries of Pyramides.
Telefoon 00 33 144555750,
Internet http://www.ucad.fr Tot april 1999, geopend 11-18 uur, woensdags tot 21 uur,
zater- en zondag van 10-18 uur.
Gesloten op maandag. Entree FF 30





- 2 -