DE MUSEUMKR@NT
|
|
Speerpunt Nederlandse geschiedenis In elk land zou de viering van een grondwetsjubileum in het meest prominente museum op zijn minst uitbundig zijn. Met de grondwet valt of staat immers de rechtsstaat. In het Rijksmuseum heeft men voor de gelegenheid een paar prenten gestald in een verder leeg gangpad en de aanvangsdatum van de tentoonstelling staat ook nog een keer volkomen los van de historische data. Er bestaat dan ook controverse over welk jaartal we zouden moeten zien als de basis van de Nederlandse rechtsstaat.
Op school leren we dat de grondwet uit 1848 stamt, wanneer onder leiding van Thorbecke de constitutionele monarchie haar intrede deed. De officiële viering van de grondwet eerder dit jaar ging daar ook van uit. We zagen de liberale minister Dijkstal optreden als ceremoniemeester van het feest rondom zijn ideologische voorvader Thorbecke. Bij veel juristen en historici rommelde het. Volgens hen had niet het 150-jarig bestaan van de grondwet gevierd moeten worden, maar het 200-jarig bestaan. In 1798 hadden de Nederlanden voor het eerst één grondwet voor de hele staat. Het was een zeer vooruitstrevende grondwet, die niet alleen het begin van de eenheidsstaat markeerde, maar ook een einde maakte aan de achterstandspositie van katholieken en joden, wiens status als tweederangsburgers tot dan toe in de wet verankerd was. De grondwet van Thorbecke was in bepaalde opzichten zelfs een stap achteruit; in 1848 kregen minder mensen stemrecht dan een halve eeuw daarvoor. Bovendien dachten Thorbecke en zijn tijdgenoten zelf niet eens te maken te hebben met een vernieuwende grondwet. In tegenstelling tot 1798 werd de dag van aanname geen nationale feestdag, en gingen mensen niet de straat op in een stoet van allegorische groepen. Er is één maar: de grondwet van 1798 was sterk geïnspireerd door de Franse revolutionairen, die meegeholpen hadden een einde te maken aan het bewind van de Oranjes. In deze zogenaamde Patriottische tijd had stadhouder Willem V de benen genomen en werden aanhangers van het Oranjehuis flink gepest. Zou de Nederlandse rechtsstaat dus zijn wortels hebben in een anti-Orangistische tijd? In een republikeinse, vooruitstrevende periode? De viering van een dergelijk historisch feit zou Nederland een heel ander aanzien geven. Het schept het beeld van een land dat alleen een stap vooruit kon zetten bij afwezigheid van de Oranjes. Net nu de familie zich zo identificeert met de waarden van de moderne samenleving. Blijkbaar doen zij (of de RVD?) dat niet voldoende om zoveel openheid aan te kunnen en dit jaar het 200-jarig bestaan van onze grondwet te vieren. De tentoonstelling in het Rijksmuseum neemt geen stelling in het debat. Het tekstbord meldt dat 1798 en 1848 allebei grondslagen van de rechtsstaat zijn. "Pas met 1848 werd de democratische weg definitief ingeslagen" en werden "de rechten van de mens opnieuw vastgelegd". Zonder het waarschijnlijk te willen, relativeert het de betekenis van 1848 en ondermijnt het de rede waarom er überhaupt aandacht aan 1848 besteed zou moeten worden. Na het zien van dit opstellinkje kan je je niet aan de indruk onttrekken dat dit het schamele resultaat moet zijn van een lange reeks vergaderingen (vandaar de late aanvangsdatum!), een compleet uitgemolken compromis met mensen die de Oranjes niet op de tenen willen trappen. Heel Nederlands allemaal, dat wel. Jessica van der Hulst |
| - 6 - |