DE MUSEUMKR@NT





Rollen omgedraaid voor het werk van Jacobus van Looy




'Papaverbed'


'Avondbrood'





Tentoonstelling: Jacobus van Looy, schilderijen
Niets is zoo mooi als zien...
Frans Halsmuseum, Verweyhal - Haarlem

Jacobus van Looy: een schilderende schrijver of toch andersom? Volgens hemzelf is hij: 'schilder van huis uit, schrijver door toevallige omstandigheden'. Gedurende zijn leven was er een nimmer aflatende strijd tussen Van Looy's beide kunstuitingen, zo niet bij hem, dan toch in de wereld van de critici. De tentoonstelling in de Verweyhal besteedt onvoorwaardelijk aandacht aan de schilderijen van Van Looy: van rake portretten, via impressionistische landschappen naar saaie natuurimpressies.

acobus van Looy wordt op 13 september 1855 in Haarlem geboren. Zijn ouders sterven jong, op zijn vijfde is hij wees en wordt hij door zijn grootmoeder afgeleverd in het Burgerweeshuis. Op zijn elfde gaat hij in de leer bij een rijtuigschilder om een bijdrage te kunnen leveren aan zijn levensonderhoud, maar daarnaast ziet Van Looy kans onderwijs te volgen aan de Burgeravondschool. Hier krijgt hij ook tekenles, onder andere van D.J.H. Joosten. Deze is zo gecharmeerd van de prestaties van Van Looy dat hij de regenten van het weeshuis in 1876 adviseert om hem bij de Rijksacademie in Amsterdam tot tekenleraar te laten opleiden. Aanvankelijk zijn de bestuurders van het weeshuis niet echt enthousiast over dit idee: als rijtuigschilder verdient Van Looy drie gulden tachtig per week, terwijl een opleiding aan de Academie zo'n vijfhonderd gulden per jaar zal gaan kosten. Een jaar later komt een van de regentessen alsnog over de brug. Zij wordt financieel gesteund door enkele Haarlemse notabelen, waaronder de directeuren van de Teylers Stichting. Van Looy kan dus beginnen met de voorbereidingen voor het toelatingsexamen, waarvoor hij in 1877 slaagt.

Zijn opleiding verloopt voorspoedig en Van Looy verwerft zich al snel een plaats binnen kunstminnend Amsterdam. Samen met een aantal medestudenten, waaronder Willem Witsen, richt hij in 1880 de kunstenaarsvereniging Sint Lucas op. Ook in literaire kringen doet hij contacten op: in 1883 wordt hij lid van de letterkundige vereniging Flanor, waardoor hij onder andere kennis maakt met Lodewijk van Deyssel, Willem Kloos en Albert Verwey. Zij openen hem de ogen voor zijn literaire kwaliteiten en stimuleren hem om zich ook op dit gebied te ontwikkelen.

Sprekende kindergezichten naast suf fruit

De tentoonstelling in de Verweyhal toont zo'n honderd schilderijen uit het oeuvre van Van Looy, waarvan er een aantal nooit eerder tentoongesteld zijn. De werken zijn thematisch geëexposeerd. Naast veel portretten en natuurimpressies zijn er werken te zien die geïnspireerd zijn door de vele reizen die Van Looy maakte, zowel binnen Nederland als ver daar buiten.

Het oordeel over de schilderijen van Van Looy is bij contemporaine critici altijd wisselend geweest. Er was veel lof, niet in de laatste plaats van de kant van zijn gezaghebbende schrijvende vrienden, maar ook kritiek. Deze negatieve geluiden hebben Van Looy gedurende zijn hele carriere achtervolgd en getuige zijn brieven en proza ook geregeld uit de slaap gehouden. Wellicht is het zelfs de reden dat hij na 1894 nagenoeg stopt met het insturen van schilderijen naar tentoonstellingen. Willem Kloos vergeleek het kunstenaarschap van Van Looy in 1914 met een boom '... zooals men wel eens bij het wand'len ziet in onze Hollandsche bosschen, welke onmiddellijk bij den grond zich in twee gelijk-sterke stammen verdeelen, die beide even ferm omhoog gaan, gezond en groeienskrachtig, in een weligen overvloed van takken en levend groen. Die eene stam bij Van Looy is de schilderkunst, de andere de literatuur; en evenals bij zoo'n boomgestel geen der beide uitlopers de voornaamste is: zij komen alleen maar, van elkaar onafhankelijk, uit denzelfden onderbouw van wortels en gemeenschappelijk draagvlak...'. Als we de kritieken door de jaren heen naast elkaar leggen, blijken de meeste recensenten deze mening niet te delen. Ze laten zich bij het beoordelen van de schilderijen vaak leiden door verwachtingen die ze op grond van Van Looy's proza hebben opgedaan. Ze vergelijken beide kunstvormen en komen daarbij maar al te vaak tot de conclusie dat Van Looy beter schrijft dan dat hij schildert.

Toch is het merendeel van de werken die in de Verweyhal te zien zijn de moeite waard. De portretten, vooral die van kinderen, zijn sprekend en in sommige gevallen ronduit ontroerend. Opvallend is het portret van Elsje uit 1887. Het schilderij verbeeldt een bleek weesmeisje dat tegen een boomstam zit. Op haar voorhoofd en op de stam daarboven valt een vlek zonlicht. Dit werk stuitte indertijd op veel verzet. Zelfs Van Looy's vrienden konden het niet waarderen, hetgeen resulteert in een negatieve recensie van Van Deyssel in De Amsterdammer. De hedendaagse bezoeker zal echter getroffen zijn door de indringende ogen van het meisje, de bijzondere lichtval die het werk iets surrealistisch geeft en wellicht de sociale bewogenheid die uit het werk spreekt. Ook de schilderijen waarin zijn Spaanse ervaringen van zich laten spreken, wat betreft de kleurstelling of wat betreft de onderwerpskeuze, zijn zeer geslaagd. Een reeks afbeeldingen van fruitbomen veroorzaakt minder vervoering. Kennelijk was dit ook het geval bij de makers van de tentoonstelling: begeleidende woorden ontbreken bij deze categorie bijna geheel.

De kwaliteit van de onderschriften bij de schilderijen is overigens bij de hele tentoonstelling wisselend van kwaliteit. Soms zijn ze heel informatief, soms ontbreken ze helemaal of bestaan ze uit een voor de hand liggende beschrijving van het betreffende werk. Jammer is ook dat relatie tot het proza van Van Looy niet uit de doeken komt, op hier en daar een verdwaald citaatje na. Liefhebbers van de literatuur van Tachtig zullen dit beschouwen als een gemiste kans. Aan de andere kant, vanuit het perspectief van Van Looy is er misschien eindelijk gerechtigheid. Hij krijgt pure aandacht voor zijn schilderwerk. Er is geen sprake van vergelijking, zijn proza wordt hoogstens gebruikt ter ondersteuning van (de uitleg van) een schilderij. De rollen zijn omgedraaid.

 

Masja de Ree   



Jacobus van Looy, Niets is zoo mooi als zien...
Frans Halsmuseum, Verweyhal, Grote Markt 16, Haarlem
19 december 1998 t/m 7 maart 1999 (ook te zien van 21 maart t/m 24 mei 1999 in Helmond)





- 2 -