Het Woonbootmuseum






Het Amsterdams Woonbootmuseum aan de Prinsengracht

Sinds anderhalf jaar kun je in Amsterdam een woonboot bezichtigen. Woonbootbewoners hoeven geen toeristen meer van het dek te jagen; het volstaat om ze even door te verwijzen naar de Hendrika Maria, alias het Woonbootmuseum.

et is 1898 als de Amsterdamse grachten voor het eerst op film worden vastgelegd. De eerste films laten zien dat de grachten toen ook al vol boten lagen. Maar deze boten hadden een andere functie dan die van tegenwoordig; ze voeren allerlei produkten de stad in. De Amsterdamse grachtenkades zijn in ieder geval nooit leeg geweest. Toch heeft de Amsterdamse gemeente meerdere keren geprobeerd om de woonboten te laten verdwijnen omdat het 'niet netjes' zou staat. Uiteindelijk heeft ze gekozen voor een langzame imperking: het grootste deel van de boten heeft een vergunning gekregen, een ander deel raakt zijn ligplaats kwijt als het de stad verlaat en nieuwkomers moeten binnen zeven dagen uit de stadswateren verdwenen zijn.

De Hendrika Maria wordt in 1914 gebouwd voor de binnenvaart. Het schip vervoert tot de jaren vijftig stenen en kolen richting Duitsland. Tot die tijd varen er nog zeilschepen over de rivieren maar vervoermiddelen moeten zich voortdurend aanpassen aan nieuwe eisen. Het zeilschip kan de concurrentie niet aan met nieuwe, gemotoriseerde, schepen die meer laadruimte hebben. Net als vele van zijn lotgenoten wordt het schip voor een prikkie te koop aangeboden. In andere tijden zouden deze schepen onverkocht blijven, naar de bodem zinken of als brandhout dienst hebben gedaan. Maar Amsterdam heeft een tekort aan woningen, en studenten en andere onderbedeelden nemen en masse hun toevlucht tot een nieuw fenomeen dat toeristen even kenmerkend voor de stad zullen gaan vinden als de fiets en de coffee shop: de woonboot.

Wat uit noodzaak geboren is, wordt een bewuste leefstijl. De woonbootbewoners uit de generatie X zien hun behuizing als een keuze om niet bij de burgerlijke cultuur te horen. Een deel van het succes van de woonboten bij toeristen is het hippie-imago dat eraan verbonden is, zo typisch voor Amsterdam. Terwijl dat imago in stand blijft, verburgerlijken de boten. De Hollandse zorg voor het interieur wordt ook door de woonschippers niet weerstaan en al gauw zijn ze netjes ingericht en van alle comfort voorzien. De boten, eens de wateren trotserend, worden ingekapseld in de bureaucratie, vastgeketend aan de kade door gas-, electriciteits- en waterleidingen. Voor altijd getemd. Onder het mom van avontuurlijke romantiek hebben de anti-burgerlijken voor zichzelf een sta-caravan te water in elkaar geknutseld. Geen woeste wateren meer, alleen nog woeste menigten bij voetbalfeesten.

Nu de zorg over het burgerlijke imago verdwenen is, is de woonboot gewoon een aantrekkelijke woonruimte geworden met een zeer goede ligging in het centrum en een redelijk groot oppervlak. De Hendrika Maria heeft een woonoppervlak van ongeveer 80 vierkante meter. Ze heeft een ingerichte woonkamer waar genoeg materiaal voorhanden is om wat over haar vorige levens te weten te komen. Maar het leukst is natuurlijk het roefje, de paar vierkante meter waar vroeger de schipper met zijn hele gezin leefde. In de krappe bedstee sliepen soms wel vier mensen. Een houtkachel en een aanrechtje maakten hun wooncomfort compleet. Vandaag de dag zullen woonbootbewoners er alleen hun fiets parkeren.

Jessica van der Hulst   



Het roefje

Afbeeldingen afkomstig van de site van het Amsterdamse Woonbootmuseum, gemaakt door Jurjen Heeck


- 3 -