DE MUSEUMKR@NT





Moeder van alle handel






Gezicht op de haven van Riga anoniem, 2e helft 17de eeuw
Museum voor Geschiedenis en Scheepvaart, Riga




Noord-Europa kaart uit de Grooten Atlas van Joan Blaeu, 1664-1665
Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam





Goud uit Graan. Rijke lading, Hollands welvaren.
Scheepvaartmuseum - Amsterdam
t/m 9 mei 1999

Raadpensionaris Johan de Witt noemt de handel met de steden aan de Oostzee in 1671 de 'Moedernegotie', de moeder van alle handel. Vele duizenden fluitschepen varen tijdens de Gouden Eeuw oostwaards. De belangsrijkste eindbestemmingen: Dantzig, Riga en Koningsbergen. Tot op heden heeft deze koopvaart niet veel aandacht gehad. De grote winsten van de VOC spelen meer tot de verbeelding dan het gestage optellen van kleine winstmarges, die de Oostzeevaart opbrengt. De tentoonstelling Rijke lading, Hollands welvaren zet daarom de schijnwerpers op de intensieve relaties tussen Nederland en het Oostzeegebied.

erkogt aan Johannes van Nieuwmegen, (...) - Tarwe, toebehorende P. His & Fils, te Hamburg, afgeleverd van de twede Zolder van 't Pakhuis de Prins Maurits. F 8744 :3 :  -. De boekhouder van de Amsterdamse haven tekent dit in 1774 op. Tarwe, rogge en andere broodgranen zijn belangrijke handelsprodukten, zeker in de Gouden Eeuw. In die tijd ligt meer dan de helft van de pakhuisruimte van stapelmarkt Amsterdam vol met graan. Voor de inburgering van de aardappel aten de Europeanen voornamelijk graan. Brood, graanpap en veel bier, omdat het drinkwater niet te vertrouwen was. Er moest steeds meer graan bij, want de bevolking groeide.

De tentoonstelling bevat veel oude kaarten van het Oostzeegebied, en prenten van de schepen die de koude wateren trotseerden. Hij is niet erg groots opgezet. Veel werk is gemaakt van de tentoonstellingswanden, die dwars door de ruimte heen zijn geplaatst. Het geeft meer sfeer aan de tentoonstelling, maar het wordt er niet overzichtelijker van. Hier en daar staan computerschermen. Op twee daarvan kun je wat extra informatie opzoeken over de steden van het Oostzeegebied. De andere drie zijn interactieve spelletjes voor stoere kinderen, waarbij je onder anderen als onderhandelaar moet optreden tussen de Deense en de Zweedse koning ("Yo, koning!").

Een mooie bron zijn de Sontregisters. Vanaf 1430 heffen de Denen tol op elk schip dat de nauwe doorgang passeert. Dankzij de registers weten wij dat in de eerste helft van de 17de eeuw jaarlijks zo'n 1250 schepen door de Sont voeren. Deze vervoerden 140.000 ton graan, genoeg om 650.000 mensen te voeden. De economische belangen in het gebied zijn niet onomstreden: Zweden en Denemarken voeren oorlog na oorlog. De Nederlanders doen alles om het evenwicht tussen de twee landen te bewaren; om de derde hond te kunnen zijn die er met het bot vandoor gaat. Als onderhandelen niets oplevert, zetten ze schepen in om een evenwicht af te dwingen. De ene keer vechten ze aan de kant van de Denen, de andere keer met de Zweden. Een zeer mooie prent laat de slag bij Öland zien in verschillende fases, zodat de strategie van de aanvallende Nederlanders (dit keer met de Denen, tegen de Zweden) duidelijk wordt. Pas in de 19de eeuw wordt het tolrecht afgekocht van Denemarken.

Een hoek is ingeruimd voor de culturele invloed van de Nederlanders op het gebied. De intensieve handel met de Oostzeesteden maakte dat de Hollanders er handelsbureaus oprichtten. Op een zeventiende eeuws olieverfschilderij lopen heren in Riga in kleding volgens de Hollandse mode. Het straatbeeld zou er nog langer Hollands uitzien. De duizenden schepen voeren op de heenweg ballast mee, zand, stenen en dakpannen om het schip in evenwicht te houden. Eenmaal in de Oostzeehavens werden deze overboord gegooid, totdat Nederlandse architecten, ook meegekomen, dit materiaal gingen gebruiken om er huizen van te bouwen. Schippers die Dantzig aandeden, waanden zich in Amsterdam. Gravures uit verschillende musea laten deze 'Hollandse' straten zien.

De tentoonstelling snijdt meerdere interessante onderwerpen aan. Daarbij scheppen de kaarten, souvenirs en gravures een redelijk totaalbeeld, op één gemiste kans na: de beleving van de schippers. En toch zijn er brieven van zeemannen bewaard gebleven.

Waarom wordt het verhaal van Gert Bakker, de onfortuinlijke matroos uit 1877, alleen aan kinderen verteld? Waarom krijgt niet iedereen te horen van de wandluizen in het schip, de kou op het water en de problemen met het uitvaren? Gerrit Bakker was naar Rusland gevaren, en wilde terug naar Nederland, schreef hij aan zijn vrouw die op het punt stond te bevallen. Maar hij had te dure souvenirs gekocht in Riga, mooie schalen van Rigahout en zondagse kleren. Omdat hij al zijn geld opgemaakt had, kon hij niet meer terugkomen. Deze stommiteit zou ervoor zorgen dat dit de laatste brief was die zijn vrouw van hem zou ontvangen.

Jessica van der Hulst   



- 5 -