DE MUSEUMKR@NT





Verdwenen Museumjournaal als moderne kunst encyclopedie




































Soms kom je ze nog wel eens tegen bij de Slegte of op het Waterlooplein, de verschillende jaargangen van het opgeheven blad voor moderne kunst, het Museumjournaal. Was je ze eerder tegengekomen dan was je er gewoon aan voorbijgelopen, maar aan het einde van het millennium lijken ze aan betekenis te winnen.




et Museumjournaal was het periodiek van de nederlandse centra voor moderne kunst, zoals het Stedelijk museum Amsterdam, het Van Abbe Museum te Eindhoven en het Kröller-Müller museum te Otterlo. In 1967 blijken 9 instellingen bij het blad betrokken te zijn, 20 jaar later zijn het er 33; het Centraal Museum Utrecht en Museum Boymans-van Beuningen zijn nu ook van de partij.



R. Oxenaar (ex-directeur Kröller-Müller) was in 1967 reeds medeplichtig als lid van de redactie en de huidige directeur van het Stedelijk Museum R. Fuchs schreef toen al een kritisch artikel over de kunstopvattingen van zijn voorganger W. Beerends. Er werd in deze periode ook door kunstenaars zelf een bijdrage geleverd. Ger van Elk bijvoorbeeld, die schrijft over zijn italiaanse collega's, de Art-Povera kunstenaars.



In de jaren '70 leveren K. Schippers, Antje von Gravenitz en Paul Hefting regelmatig de stukken voor het museumblad. De verschillende differentiaties in de kunst worden nu conceptuele-, performance-, landschaps-, of video-kunst genoemd. Op internationaal niveau praat en schrijft men over body-art, eat-art, ecological-art en er is zelfs al sprake van computer-art. Het kunstenaarsduo Gilbert en George verschijnt op de cover en Pieter Laurens Mol mag zijn eigen foto's inleveren.



In de jaren '80 is het vooral hoofdredacteur Paul Groot die opvalt. De taal is ingewikkeld geworden. De naam van de franse filosoof Baudrillard valt regelmatig en het Museumjournaal werkt nu met inhoudelijke thema's, zoals "Fotografie en Reizen" en "De dubbelganger". De inmiddels beroemd geworden ensceneringsfotograaf Jeff Wall doet zijn intrede. Bovendien gaat het nu niet alleen maar over beeldende kunst. Er verschijnt een artikel over de Duitse schrijfster Unrica Zurn en op de cover van hetzelfde nummer in 1985 is de acteur Thom Hoffman te zien, die een rol speelde in de film de Witte Waan van regisseur Adriaan van Ditvoorst.



Ook de vormgeving is ondertussen veranderd. Was Gerard Harders van Hard Werken verantwoordelijk voor de door foto's bepaalde vormgeving in de 80-er jaren. In de 60-er jaren ontwierp Juriaan Schrofer de modern abstracte basis lay-out van het blad.



De vroegere Museumjournaals lijken puur over kunst te gaan, terwijl de latere uitgaves een toch wat breder en pretentieuzer karakter hebben. In 1988 gaat een nummer alleen nog maar over kunstkritiek; het lijkt een blad voor kunsthistorici geworden te zijn. Bovendien steeg de prijs aanzienlijk. Kostte het laatstgenoemde nummer fl. 12,50; in 1967 kon je een los nummer nog voor fl. 1,75 kopen. Het is echter waarschijnlijk, dat de bekritiseerde latere uitgaves in 2009 dezelfde ontroering oproepen, zoals nu de eerdere uitgaves al doen.



Helaas is het Museumjournaal verdwenen, maar mocht je de verschillende jaargangen vanaf 1955 ergens op de kop kunnen tikken dan ben je verzekerd van interessante documentatie over moderne kunst in het laatste gedeelte van dit millennium.



Marion van Wijk   








- 2 -