DE MUSEUMKR@NT





Honderd jaar kunst in Duitsland






Franz Marc
Rehe im Walde II
1914
Staatl. Kunstahlle, Karlsruhe




László Moholy-Nagy
o.T. Fotogramm
1924
Graphische Sammlung, Museum für Gestaltung Zürich
© VG Bild-Kunst, Bonn 1999




Wolf Vostell
Coca-Cola
1961
Museum Ludwig, Köln
© VG Bild-Kunst, Bonn 1999




Dieter Roth
Große Tischruine
1970-98
Sammlung Hauser & Wirth,
St. Gallen, Schweiz
Photo A. Burger, Zürich




Joseph Beuys
La rivoluzione siamo Noi
1971
Städtische Galerie, Erlangen
© VG Bild-Kunst, Bonn 1999




Das XX. Jahrhundert, ein Jahr Hundert Kunst in Deutschland
t/m 9 januari 2000
o.a. in Altes Museum, Neue National Galerie en Hamburger Bahnhof
Berlijn

Behalve een architectuurtentoonstelling en een tentoonstelling in de Kunstbibliotheek zijn er in Berlijn drie beeldende kunsttentoonstellingen te zien die gezamenlijk een terugblik willen geven op de beeldende kunst van de afgelopen eeuw in Duitsland.

e titels van de eerste twee tentoonstellingen: Die Gewalt der Kunst en Geist und Materie doen vermoeden dat volgens Duitse traditie de inhoud voorop staat, terwijl de derde tentoonstelling: Montage Collage gaat over vormenspel.
De kunstenaar die op de drie tentoonstellingen prominent aanwezig is is de in 1986 overleden kunstenaar Joseph Beuys. Bij de tentoonstelling Die Gewalt der Kunst, die zich concentreert op de periode rond de Tweede Wereldoorlog, wordt hij gepresenteerd als de goeroe die de mens wil redden met de uitspraak "jeder Mensch ist ein Kunstler".
Daarnaast laat de tentoonstelling een aantal klassiekers zien, zoals George Grosz en Holderin, maar ook moderne schilders zoals Baselitz. Spijtig genoeg lijkt hun werk vermorzeld te worden in een dramatische concept met als hoogtepunt de filmische werken van Leni Riefensthal, met beelden van Hitler en van de Olympische Spelen 1936. Gelukkig brengt de Duitse kunstenaar Gerard Merz aan het einde van de tentoonstelling licht door een ruimtelijke sculptuur van tl-buizen. Opmerkelijk is dat er weinig aandacht wordt besteed aan het communistische geweld, maar wel aan een ander typisch Duits en Oostenrijks fenomeen, namelijk performances waarbij men zichzelf geweld aan doet.

Leni Riefenstahl
Aus dem Film:
Fest der Völker - Fest der Schönheit
1936-1938
Prolog, 1. Teil
Riefenstahl-Produktion, Poecking

Bij de tentoonstelling Geist und Materie is het wederom Joseph Beuys die bij de ingang zijn werk mag laten zien. En, hoe kan het ook anders, ditmaal is het zijn beroemde schoolbordeninstallatie Richtkraffe. Deze veel lichtere tentoonstelling laat mooi werk zien van onder andere Gerard Righter en Rosemary Trockel. Een enkele buitenlander zoals Mondriaan en Barnet Newman krijgen een plaats in de kunstgeschiedenis van Duitsland.

De tentoonstelling is gegroepeerd rond verschillende thema's. Het werk van de kunstenaar Martin Kippenberger valt onder het kopje Humor en Ironie en de tentoonstelling over geest en materie eindigt met Het Lichaam. Hier is onder andere een gemanipuleerde portretfoto van Aziz en Cucher te zien (mond en ogen zijn door de computer weggewist) en van Mona Hatoums is een video waarop een tocht door het lichaam gevolgd kan worden.

De derde tentoonstelling in de Hamburger Bahnhof geeft een mooi overzicht van Dada naar Pop, met collagewerk van de Dadaïsten Arp en Kurt Schwitters en van popartiesten zoals Spoerri en Andy Warhol. Daarnaast komen nog verschillende andere onderwerpen aan de orde zoals de documentatiefoto's met verminkte lichamen uit de eerste wereldoorlog van de pacifist Ernst Friedrich en de opeenvolgende foto's van de bewegende mens van Muybridge maar ook het Tiradisch Ballet van Oskar Schlemmer. En aan elkaar gemonteerde fragmenten van klassieke films die onze herinnering op moeten warmen. Naast het werk van de dadaïsten is het vooral het werk van jongere kunstenaars zoals Fischli en Weiss en Sohn Bjorn die met hun gedemonteerde ruimtes het dichtst de titel van de tentoonstelling benaderen. Uiteindelijk heeft grootmeester Beuys in de Hamburger Bahnhof een hele zaal tot zijn beschikking. Wat ondanks de irritaties die opgeroepen worden door zijn nadrukkelijke aanwezigheid, toch ook gevoelens van ontroering oproept, zoals bij de in vilt verpakte cello met het rode kruis teken. En het is vooral de kracht die zijn werk uitstraalt die bewondering oproept.

De drie tentoonstellingen geven tezamen een enorme hoeveelheid informatie, waarbij het niet altijd duidelijk is welke keuzes er zijn gemaakt, zoals bij de tentoonstelling Collage Montage, en soms te duidelijk, zoals bij Die Gewalt der Kunst. Maar juist ook door de thema's en de manier van tentoonstellen komt een specifiek Duitse cultuur naar voren die er blijk van geeft dat er in Duitsland aan het eind van deze eeuw veel respect is voor de kunstenaar en zijn werk.

Marion van Wijk   



http://www.jahrhundertausstellung.de

- 6 -