 Gehelmde soldaat van de ceremoniële koninklijke garde in historisch kostuum.
 Rozenkrans met 108 benen kralen in de vorm van schedels.
|
Ingeklemd tussen China, Tibet en India kende Bhutan eeuwenlang als een "Shangri La" oftewel "Verborgen Paradijs", een geïsoleerd bestaan. Wat de natuur betreft is Bhutan inderdaad nog vrijwel ongeschonden. Er is geen grootschalige industrie, je vindt er geen roltrappen, snelwegen, supermarkten of stoplichten. De landbouw is niet gemechaniseerd en er is nog maar heel kort televisie.
eligie en tradities zijn voor de grotendeels analfabetische bevolking nog steeds uiterst belang rijk. Bhutan kent geen parlementaire traditie, noch een meerpartijenstelsel. Toch worden de burgers direct betrokken bij het bestuur van het land. Na eeuwenlang isolement gaat de deur op een kier open.
De huidige koning, Jigme Singye Wangchuck heeft veel geleerd van de fouten die in de omringende landen zijn gemaakt: massatoerisme, ongebreidelde houtkap, exploitatie van grondstoffen en een omvangrijke import van consumptiegoederen.

Laya-volk uit het noorden van Bhutan
Het Bruto Nationaal Produkt is een van de laagste ter wereld, toch behoren de Bhutanezen niet tot de armsten der aarde. Hun stelling is dat het Bruto Nationaal Geluk belangrijker is dan het Bruto Nationaal Produkt. Opmerkelijk is dat Bhoeddhistische vrouwen veel vrijheid genieten. Ze zijn eigenares van
het huis en het land en nemen alle belangrijke beslissingen. Bij de zuider buren, in de Nepalese hindoegemeenschsap, hebben de vrouwen aanzienlijk minder vrijheid en zeggingschap.
Sinds 1992 ontvangt Bhutan ontwikkelingsgeld uit Nederland. In 1997 bedroeg dat zo'n 190 miljoen gulden. Waarvan 100.000 dollar als "gift" terug naar Nederland kwam. Zeeuwse boeren kregen dit geld voor het in stand houden van baktarwe-rassen. Een ras dat goed bestand is tegen allerlei ziektes.
Bhutan's buurlanden China en India maken kwistig gebruik van allerlei bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Bhutan wil niet diezelfde kant op en investeert daarom mee in het ontwikkeling van duurzame biologische landbouw te Nederland.
Met de rondreizende tentoonstelling "Bhutan, Land van de donderende draak", presenteert het land zich voor het eerst op een indrukwekkende manier aan het buitenland. De tentoonstelling was eerder in Oostenrijk, Zwitserland en Spanje te zien. "Land van de donderende draak" is een mooie vertaling van de engelse titel van de bijhorende catalogus: "Bhutan - Mountain Fortress of the Gods". In het land staat dan ook een aantal indrukwekkende Kloosterforten, "Dzong's" genaamd.
Centraal op de tentoonstelling staat een reuze maquette van zo'n Dzong: het Tongsa-Klooster. Vanuit de Dzong werd zowel het religieuze als wereldse leven geleid.
Voordat je bij de zaal met de maquette komt, passeer je in de gang een
opstelling met historische klederdrachten. Die staan niet in een vitrine achter glas, maar achter een fijn mazig doek. Dat heeft een effect zoals je dat met bepaalde filters bij foto's kunt verkrijgen. Het geeft een beetje een mysterieus beeld en dat past volledig bij de tentoonstelling. Boven in de zalen is de vormgeving soms minder sterk, zo zijn bepaalde teksten gewoon niet te lezen, in wat voor bochten je je ook wringt. Voor het grootste deel is het echter een bijzonder sfeervolle exposi tie. Zo krijg je boven een goed idee van hoe het voelt om een Boeddhistische tempel te betreden. Zelf ben ik onder meer in Taiwan in een aantal van dit soort tempels geweest en het was net of ik even terug was, alleen de geur was wel erg zwak.
Ook de rode tanden kwamen mij bekend voor: met name de oudere mensen lopen de hele dag te kauwen op doma's; harde en bittere noten die alles mooi rood kleuren.
De catalogus sluit erg goed aan bij de tentoonstelling. Het is eigenlijk meer een boek over Bhutan; over de historie, de religie en het dagelijks leven. Het leest prettig, mede doordat uitweidingen in de tekst zoveel mogelijk vermeden worden. Aan het einde van elk hoofdstuk vindt men annotaties en referentie-literatuur.
Alhoewel het boek los van de tentoonstelling is geschreven, vind je veel van de getoonde voorwerpen erin terug. Dit komt omdat veel van deze objecten behoren tot de beroemdste kostbaarheden uit Bhutan.
Daarnaast staan er in het boek prachtige foto's uit het dagelijks leven, soms van simpele voorwerpen, zoals van een varkensleren tas waarin nog steeds de boter wordt vervoerd en van een pak ruwe theebladeren. Twee producten die nodig zijn voor het maken van de traditionele boterthee.
De auteurs gebruiken zoveel mogelijk de woorden zoals de Bhutanezen ze
uitspreken. Het is dan ook prettig dat achterin een woordenlijst is te
vinden, zodat je niet elke keer weer in de voorafgaande tekst moet gaan zoeken naar de betekenis van een bepaald woord.
In het museum is nog een aansluitende tentoonstelling te zien. In 1992 sloot Nederland duurzame ontwikkelingsverdragen met Bhutan, Benin en Costa Rica.
Een fotoverslag van dit eco-project is te zien in de kantine. Voor meer informatie kunt u terecht op www.antena.nl/ecoop/index.
Ook nog te zien t/m 24 april: Cephas, Yogyakarta, fotografie in dienst van de Sultan 1845 - 1912
Roby Bellemans
Kinderen:
Speciaal voor de kinderen vanaf negen jaar is er het Verrekijkers Magazine,
het blad van de Verrekijkersclub. Lid worden kost fl 15,-; je krijgt dan
een paspoort waarmee je altijd het museum gratis binnen mag. Tweemaal per
jaar is er een speciale kinderclubdag, je mag een keertje in het museum
slapen en nog zo van alles.
Rijksmuseum voor Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden
e-mail: info@rmv.nl
Internetsite: www.rmv.nl
Engelstalige catalogus, full colour 276 blz, isbn 0906026547.
|