DE MUSEUMKR@NT
![]()
|
Van Kandinsky tot Corneille - linoleum in de kunst van de twintigste eeuw Zowel de tentoonstelling als catalogus van Van Kandinsky tot Corneille - linoleum in de kunst van de twintigste eeuw zijn indrukwekkend, overweldigend. Onvermoede technieken van linoleumkunst zijn er te bewonderen. Het woord linoleumdruk schiet mijlenver tekort, zoals Forbo-directeur Verzijl reeds bij de opening vertelde.
Catalogus en tentoonstelling vullen elkaar op prettige wijze aan. In het voorwoord van de catalogus wordt duidelijk dat het gebruik van linoleum in de beeldende kunst jarenlang vele voor- en tegenstanders gekend heeft. In het hoofdstuk 'De geschiedenis van de linoleumdruk' heeft kunsthistorica Liesbeth Hemelrijk (vanuit Onderneming & Kunst als gastconservator samenstelster van catalogus en expositie) dit gegeven verder uitgewerkt aan de hand van werk dat op de expositie te bezichtigen is.
De 180 werken worden om verschillende redenen in een bepaalde samenhang geëxposeerd. De chronologische volgorde is de rode draad die met name in de catalogus goed te volgen is. Het eerste werk, uit 1906, is van de Duitse expressionistische kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner, lid van Die Brücke, gevolgd door werk van drie tijdgenoten die allen tot de expressionistische groep Der Blauwe Reiter behoorden: Gabriele Münter, Wassily Kandinsky en August Macke. De eerste Nederlander is de wiskundige M.C. Escher. Na tussen 1916 en 1920 een dertigtal linoleumdrukken gemaakt te hebben, schakelde hij over op het werken met houtsnede omdat dit materiaal een veel beter imago had. Pas in 1950 maakte Escher voor het eerst weer linodrukken. Dan volgt werk van César Domela Nieuwenhuis (zoon van de Friese socialist), Dick Ket, Gerd Arntz (raakte in Den Haag bevriend met Escher) en Jeanne Bieruma Oosting. Vervolgens zijn er afdrukken te zien van de Engelse kunstenaar en docent Claude Flight en zijn leerlingen Cyril Edward Power en Sybil Andrews waaruit hun artistieke verwant schap sterk naar voren komt. Via werk van Erika Giovanna Klien en Lill Tschudi (art deco) komt men bij een aantal wereldberoemde namen; Matisse, Miró, Picasso en Chagall. Dan drukwerk van kunstenaars 'uit eigen huis' Corneille, Anton Rooskens en Pierre Alechinsky. Via het werk van een aantal zielsverwanten als Per Kirkeby en Georg Baselitz komen we via de jaren tachtig in het laatste decennium van deze eeuw terecht. Meer en meer wordt duidelijk dat de linoleumkunst tot buiten Europa is doorgedrongen (VS, Australië) maar ook dat de techniek de kunstenaar een schier eindeloos aantal mogelijkheden biedt, waarvan dankbaar gebruik gemaakt is. Er wordt gedrukt op uiteenlopende ondergrond zoals al dan niet beschilderd doek en keramiek. Het linoleum wordt op bijzondere manieren bewerkt, onder andere met een computergestuurde freesmachine en een elektrische boormachine. De kunstenaar Sees Vlak heeft een heel eigen stijl ontwikkeld waarbij hij één plaat gebruikt voor meer dan 80 drukgangen. Maar het linoleum is ook voor veel kunstenaars basismateriaal geworden, voor met name driedimensionale werken. Zo maakte de in Amsterdam wonende Israëlische Billha Zussman een aantal zuilen die bestaan uit bewerkte linosnedes, die naast en over elkaar heen aangebracht zijn. Zelfs de snippers die vrijkwamen bij het bewerken van het linoleum zijn in het kunstwerk verwerkt. Odine de Kroon maakte een kamerscherm en Maurice van Tellingen vervaardigde een aantal abstracte objecten. Een veelheid van vondsten en visies verwarmen de ziel op deze expositie. De vraag of iets mooi of lelijk is, wordt hierdoor regelmatig naar de achtergrond gedrongen. Het voordeel van de expositie boven de catalogus is dat je al het werk op ware grootte en in de ruimte kunt zien. Er worden ook meer werken getoond dan in de catalogus afgedrukt zijn. De manier van exposeren en de naamplaatjes bij de werken kunnen ook als een kunstwerk gezien worden. Het voordeel van de catalogus is dat je op je gemak meer over de achtergrond te weten komt én dat je nog lang kunt nagenieten. Het aardige ervan is dat hij niet in akelige blabla-taal is geschreven (zoals in de kunstwereld helaas zo vaak het geval is), de lay-out is prachtig en de drukkwaliteit uitstekend. Het omslag is, hoe kan het ook anders, van soepel linoleum; Walton van Forbo-Krommenie, genoemd naar de uitvinder van dit vloerbedekkingsmateriaal.
Binnen de tentoonstelling vallen een aantal mini-exposities. Zo hebben vier kunstenaars uit vier werelddelen in opdracht van Forbo elk twee werken gemaakt. Opvallend hierbij is de techniek van de Zuid-Koreaan Jung Won-Chul, in plaats van guts en mes gebruikt hij een kleine boormachine. Een andere expositie is te zien in een benedenzaal. Daar hangen de beste resultaten van een wereldwijde wedstrijd linoleumdrukken voor de jeugd, die georganiseerd is door Forbo. Op de tentoonstelling op de eerste verdieping staan grote doorzichtige bakken die de materialen bevatten waaruit het natuurproduct linoleum is vervaardigd.
Joke Bellemans
Catalogus (Nederlands-/Engelstalig) is te koop in de museumwinkel, ± f 50,-
|
| - 5 - |